Deel 008
Zondag 18 juli 2004
‘Ik had je liever nog even gehouden, jongen.’
De dokter kijkt me aan met grote, waterige ogen. Ook nu ruikt hij naar jenever. Een zuster heeft hem erbij gehaald, omdat ik mij door haar niet laat tegenhouden.
‘Jongen, luister je.’
Ik negeer hem, wurm me moeizaam in mijn broek en trotseer de pijn bij het aantrekken van mijn schoenen.
‘Ach, als Jongen iets in zijn kop haalt,’ zegt Marloes, die me is komen opzoeken.
Ik reageer niet op haar opmerking, maar ze heeft gelijk. Vandaag heeft ze gelijk. Ik wil naar de kerk, moet naar de kerk. Ik trek mijn trui aan, pak mijn jas en Han de Wit gaat in Ontwikkelingshulp, het boekje van Heere Heeresma dat Marloes voor me meegenomen heeft, en loop richting deur. De dokter en Marloes lopen achter me aan.
‘Hou je in ieder geval een paar dagen gedeisd, pleeg geen zware inspanningen, oké? En Jongen, je moet echt op je gewicht gaan letten.’
Marloes lacht gemeen:
‘Jongen? Jongen is een banketeter. Die wordt alleen maar dikker.’
Op de stoep voor het ziekenhuis nemen Marloes en ik afscheid. Zij gaat links haar weegs, ik rechts. Op weg naar de kerk kom ik door het Vossenparkje waar vijf kinderen bedremmeld naar hun bal staan te kijken die een meter uit de kant in het water drijft. Als ze mij zien komen aanlopen komt een jongetje op me af gerend.
‘Wil jij de bal voor ons pakken, meneer?’
Op mijn knieën reik ik naar de bal, raak ‘m net met mijn vingertoppen. Ik strek me nog iets verder en. . . verlies mijn evenwicht! Ik val voorover in het water, mijn voeten nog op de kant. Ik krijg geen houvast in de blubber en raak een beetje in paniek, krijg een slok water binnen waar ik me in verslik. Pas als ik ook mijn voeten het water in trek kan ik overeind komen. Ik pak de bal en geef hem aan het jongetje.
‘Bedankt,’ preuvelt het jochie.
De andere kinderen staren me aan, geschrokken. Pas als ze wegrennen gieren ze het uit. Als ik de kant op wil klimmen komt er een herdershond aangelopen. Hij besnuffelt me, duwt zijn natte neus in mijn gezicht, tilt zijn poot op en plast me in het gezicht.
De dienst is mooi. Ons pastoorke kan mooi preken.
‘Verdriet is beter dan lachen, want bij een treurig gelaat is het met het hart goed gesteld,’ haalt hij Prediker 5 aan.
Ik voel mij aangesproken.
Na de dienst doe ik een bakje met mijn buurvrouw. Zij doet mij haar verhaal – ‘Het gaat wel goed hoor.’ – ik doe het mijne. Twee uur later kan ik het ongeloof van haar gezicht scheppen.
Als ze heeft opgeruimd lopen we samen op naar huis. We spreken af om af en toe bij elkaar te gaan eten want we kunnen allebei wel wat gezelschap gebruiken.
Pa heeft bij mij thuis een teeveetje neergezet, een oude zwart-wit, nog met antenne. Op Nederland 1, 2 en 3 is echter alleen maar ellende te zien en ik zet hem al snel weer uit. Hoewel het vroeg in de middag is, besluit ik in bed te kruipen. Ik ben moe en alles doet mij zeer.
Met het bakje lauw kamillewater al in mijn handen bedenk ik me dat er weinig te weken valt. De boel zit stevig ingepakt.
Wordt vervolgd
10 Responses to Deel 008
-
Eric says:
01/12/2006 at 10:26Maar natuurlijk! Daar doet ons pastoorke niet moeilijk over! De buurvrouw eveneens niet
-
Frans54 says:
01/12/2006 at 20:39Dat slootwater en waarmee dat werd weggespoeld was misschien wel schoner dan het wijwater waar pastoorke steeds met zijn vingers in staat te graaien Divie
-
Eric says:
02/12/2006 at 07:41Da’s wis en waarachtig, Frans! Zeker als je weet dat ons pastoorke van de zetpillen snoept
Niet vergeten dat het vooral herschreven materiaal is, Ria!
-
Eric says:
03/12/2006 at 10:30
Ik zal strakjes nog wat plaatsen. Nie zo heul veul zin maar allez: het moet! Het manuscript moet af!
-
Ria says:
04/12/2006 at 21:21Dat had ik al in de gaten dat het herschreven is, maar leest wel weer even lekker weg
)
Laat een reactie achter
Disclaimer |
Privacy & Cookie |
Copyright notice |
Voorwaarden |
Melding maken
©2003 - 2012 Weblog.nl is onderdeel van Sanoma Media Netherlands groep.
divie says:
30/11/2006 at 16:25ben je nou met die hondenpies op je hoofd naar de kerk gegeaan?